Programma Implementatie Omgevingswet
Geactualiseerd op 03 september 2020

De Omgevingswet wordt in januari 2022 ingevoerd. Dit programma bereidt de gemeente en haar partners voor op de invoering ervan.



Programmastructuur
Bestuurlijk opdrachtgever Wethouder Rouwendal Programma Bouwen en wonen
Ambtelijk opdrachtgever Maura Meijer Initiatiefnemer / opdrachtgevers Nvt
Programma-manager Jeanet Rintjema    
Programmakarakteristiek
Programmafase Realisatie Ruimtelijke procedure Nvt
Einddatum Invoeringsdatum Omgevingswet Risicoprofiel Midden
Besluitvorming
Laatste raads- / commissie-behandeling Participatiekaders project Omgevingsvisie (10 juni 2020) Volgende raads- / commissie-behandeling Nog niet bekend
Besluitvorming Gemeenteraad
Afwijking tov besluitvorming
Belangrijkste wijzigingen
De VNG publiceerde woensdag 1 april 2020 het bericht dat de invoering van de Omgevingswet meer tijd kost dan verwacht. Inmiddels heeft de minister naar aanleiding van de besprekingen met de bestuurlijke partners de nieuwe invoeringsdatum vastgesteld op 1 januari 2022.

Betekenis uitstel voor inwoners
Op veel fronten werkt onze gemeente al op een vernieuwende manier die aansluit op de Omgevingswet. De inspanningen die tot nu toe in het kader van de Omgevingswet  zijn verricht hebben geleid tot een efficiëntere dienstverlening en een betere aansluiting op ontwikkelingen die in de maatschappij plaatsvinden. Hiermee willen we uiteraard op dezelfde voet doorgaan.


Het doel van de Omgevingswet is om een einde te maken aan de huidige, ingewikkelde en omvangrijke wetten en regels voor plannen in ruimtelijke ordening, milieu en natuur. De tientallen wetten en honderden regelingen voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water met allemaal hun eigen uitgangspunten, werkwijzen en eisen worden samengevoegd in 1 Omgevingswet.

Gemeenten krijgen bovendien in de nieuwe wet meer ruimte voor particuliere ideeën. Dit komt doordat er meer algemene regels gelden, in plaats van gedetailleerde vergunningen. Het doel staat voorop en niet het middel om er te komen. De houding bij de beoordeling van nieuwe plannen wordt ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’. Minder regels maken het makkelijker waardoor procedures sneller kunnen en er meer ruimte komt voor gesprek. Het efficiënter maken van procedures draagt hier verder aan bij en zorgt voor eenduidigheid en inzichtelijkheid.

De Omgevingswet verplicht Rijk, provincie en gemeente om ieder 1 omgevingsvisie te maken en in plaats van meerdere door de raad vastgestelde bestemmingsplannen komt er 1 omgevingsplan, zodat de inwoner straks slechts één keer een vergunning hoeft aan te vragen.

Feiten:

  • Van 26 wetten naar 1.
  • Van 5000 wetsartikelen naar 350.
  • Van 120 ministeriële regelingen naar 10.
  • Van 120 algemene maatregelen van bestuur naar 4.
  • 1 wet voor de hele leefomgeving.
  • De wet maakt het mogelijk om lokale problemen ook lokaal op te lossen.
  • Van meerdere bestemmingsplannen naar 1 omgevingsplan.
  • Een van de maatschappelijke doelen is een gezonde fysieke leefomgeving.

Kerninstrumenten

De Omgevingswet biedt gemeenten vier nieuwe wettelijke kerninstrumenten: omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en omgevingsvergunning. Deze werken we in de verschillende onderdelen van het programma verder uit.

Participatie

Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Vroegtijdig samenwerken vergroot de kwaliteit van oplossingen en zorgt ervoor dat verschillende perspectieven, kennis en creativiteit direct op tafel komen. Participatie is maatwerk. Daarom schrijft de wet niet voor hoe participatie moet plaatsvinden. Participatie in de geest van de Omgevingswet wordt toegepast in verschillende vormen bij de pilots en het project Omgevingsvisie. In verband met de coronamaatregelen wordt e-participatie toegevoegd aan onze aanpak.

Rol van de raad

Met de Omgevingswet verschuift een deel van de taken die nu nog bij de gemeenteraad ligt naar college en samenleving. Het is de bedoeling van de wet dat de raad de kaders en de grote lijnen bepaalt, zowel over de inhoud als over het proces. Daarbij geeft de wet gemeenten veel meer ruimte om een integrale afweging te maken bij de inrichting van de fysieke ruimte. Ze krijgen meer vrijheid om met hun inwoners, ondernemers en (regionale) partners de leefomgeving passend bij eigen ambities en opgaven in te richten en meer eigen keuzes te maken rond bijvoorbeeld energie, geluid, geur, woningbouw, bedrijvigheid of recreatie. De raad bepaalt straks hoeveel ruimte college en inwoners krijgen bij de invulling van het omgevingsplan. Men kan heel strikte kaders stellen zodat er weinig ruimte overblijft of een deel van het plan openhouden en de invulling delegeren naar college en inwoners.

De raad is daarom nadrukkelijk betrokken bij de voorbereidingen, het proces en het ophalen van ideeën en meningen van inwoners, ondernemers, belangengroepen en andere stakeholders voor de omgevingsvisie en – in een later stadium – het omgevingsplan.


Doelstelling

De ambitie van het Programma Implementatie Omgevingswet is focus houden, sturen op samenhang tussen het programma en de organisatie en verbinding zoeken met onze omgeving, zodat we de organisatie kunnen ondersteunen bij het ontwikkelen en leren werken met de instrumenten van de Omgevingswet, met vertrouwen, draagvlak en inzicht bij raad, college en samenleving en met aandacht voor lopende politieke- en organisatieontwikkelingen.

Het programma Implementatie Omgevingswet bestaat uit vijf projecten:

Project Omgevingsvisie: Als voorbereiding op de Omgevingsvisie voor college en raad stellen we eerst een uitgangspuntennotitie op, het Kompas van de Leefomgeving. In dit kompas staan de inhoudelijke pijlers van de Omgevingsvisie beschreven en de leidende principes hoe we in de geest van de Omgevingswet gaan handelen. Dit kompas is mede tot stand gekomen met de inbreng van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Dit kompas vormt de basis voor de Omgevingsvisie. Ook de (concept) Omgevingsvisie stellen we op door middel van participatie. Zo ontwikkelen we een integraal en breed gedragen visie op onze fysieke leefomgeving waarbij we rekening houden met de wensen van de samenleving, trends en ontwikkelingen die op ons afkomen en beleid dat momenteel al gevoerd wordt. De Omgevingsvisie wordt vervolgens vastgesteld door de raad.

Project Omgevingsplan: Dit project is in april 2018 aan het programma toegevoegd. We hebben nu ongeveer 100 verschillende bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en andere ruimtelijke plannen, vastgesteld in een periode tussen 1971 en 2017. Al deze plannen, regels en verordeningen gaan we onderbrengen in één integraal Omgevingsplan.

Project Digitalisering: Digitalisering als pijler in de uitvoering van de Omgevingswet betekent vooral het digitaal ondersteunen van de betreffende bedrijfsprocessen en het - digitaal - ter beschikking stellen van gegevens, waaronder het lokaal beleid, in het fysieke domein. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van en aangesloten op de landelijke voorziening, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Project Integraal Ruimtelijk Proces Leefomgeving: Het project IRPL richt zich op het verbeteren en transparanter maken van de reguliere ruimtelijke processen, zodat we echt één loket zijn. Met continue aandacht voor participatie, integraliteit, de medewerker (draagvlak, behoefte, opleiding, ontwikkeling, juiste medewerker op de juiste plaats), de overige programma’s en de daarbij behorende bedrijfsprocessen en de organisatieprincipes.

Pilots: Binnen lopende opgaven willen we met vertrouwen en ruimte experimenteren met instrumenten, werkwijzen en processen van de Omgevingswet, zodat de organisatie leert, op basis van maatschappelijke vragen, integraal en opgavegericht te werken. Met aandacht voor het werken van buiten naar binnen, met (tussentijdse) evaluatiemomenten, bestaande kaders, de eigen dynamiek van projecten en het delen van leerdoelen en leerpunten.


Gewenst resultaat

Het resultaat van het programma Omgevingswet is een op elkaar ingespeelde organisatie met een nieuwe integrale werkwijze in het fysieke en sociale domein waarbij de integrale afweging van belangen centraal staat. Dit wordt bereikt door:

  • Het opstellen en door de raad laten vaststellen van een Omgevingsvisie en een Omgevingsplan waarbij een maatschappelijke dialoog is gevoerd;
  • Het vaststellen van de bestuurlijke afwegingsruimte door de gemeenteraad en het college en het vaststellen van de relevante verordeningen, beleidsregels en mandaten;
  • Processen zijn ‘lean’ en vorm volgt functie. Het organisatiemodel volgt de geoptimaliseerde processen, met inachtneming van de volgende ‘functies’:
    • Het inrichten van één ‘loket’ voor de samenwerking met interne en externe partners (ODH, provincie, waterschappen, GGD, VRH) voor het integraal en eenduidig behandelen van vergunningaanvragen;
    • Alle initiatieven (groot en klein) afgehandeld binnen 1 ‘loket’ volgens het principe één plan, één procedure één besluit;
    • Het inrichten van de Vergunningen- Toezicht- en Handhaving (VTH)-procedures zodat een aanvraag omgevingsvergunning geadministreerd en in behandeling kan worden genomen en daarop kan worden beslist;
    • Het inrichten van een organisatieonderdeel dat zorgdraagt voor het beheer van de Omgevingsvisie en van het Omgevingsplan;
  • De inhoud van Omgevingsvisie, Omgevingsplan en VTH-procedures zijn op elkaar (én op de visies, plannen en procedures van o.m. rijk, regio en provincie) afgestemd;
  • Digitaal de basis op orde (zaakgericht werken, digitale ondersteuning ‘1 loket’ en optimale ondersteuning van processen voor inwoners, aanvragers en ambtelijke organisatie);
  • Aangesloten op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) voor toepasbare regels en het ontvangen van meldingen en vergunningaanvragen;
  • Het voorbereiden, starten en uitvoeren van pilots en experimenten ter voorbereiding op de nieuwe werkwijze;
  • Het omgevingsplan kan met regelmaat worden aangepast en de daarin opgenomen regels zijn digitaal toegankelijk op pandniveau.

Stand van zaken 

Project Omgevingsvisie

In de zomer van 2017 ging de gemeente in een participatietraject in gesprek met inwoners, ondernemers, organisaties en bezoekers. Op straat, tijdens evenementen en in werksessies. Doel was om met één proces bouwstenen op te halen voor twee producten. De resultaten van deze gesprekken zijn samengekomen in het ‘Toekomstbeeld LV op de kaart’ en leverde bouwstenen op voor de Omgevingsvisie.

Waar het toekomstbeeld vooral op hoofdlijnen beschrijft wat de ambities zijn, wordt de Omgevingsvisie hierin veel concreter. De Omgevingsvisie bevat niet alleen de ruimtelijke aspecten, maar is breder. Ook ontwikkelingen op sociaal gebied die invloed hebben op de leefomgeving zoals gezondheid en voorzieningen krijgen in de Omgevingsvisie een plaats. Met name gezondheid - een van de thema's waar we in de regio gezamenlijk mee aan de slag gaan - is een uitgangspunt in de Omgevingswet waar we nadrukkelijk aandacht aan schenken.

In opmaat naar de Omgevingsvisie is als uitgangspuntennotitie het ‘Kompas van de Leefomgeving’ opgesteld. Het Kompas van de Leefomgeving geeft de richting aan die we op gaan in de Omgevingsvisie. Hierin zijn de opgaven, doelstellingen, agendapunten en keuzes in kaart gebracht. Op grote onderwerpen zijn keuzes voorgelegd zoals voor de invulling van de woningbouwopgave maar ook voor bereikbaarheid en de energietransitie. We hebben hierbij intern intensief samengewerkt met de verschillende afdelingen en disciplines.

Ook zijn inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisatie bij het opstellen van het Kompas van de Leefomgeving betrokken. In januari/februari 2018 gebeurde dit door middel van een online participatieronde via het platform in gesprek met LV. Men kon reageren op stellingen over de vier pijlers: gezondheid, leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en bereikbaarheid. Dit leverde veel reacties op (ca. 150!) die input waren voor het Kompas van de Leefomgeving.

In april, mei en juni 2018 was er een tweede participatieronde waarbij we dieper in zijn gegaan op de inhoud. Met de informatie die we ophaalden konden we de keuzemogelijkheden afwegen en daadwerkelijk keuzes maken. Deze participatieronde was vooral persoonlijk tijdens wijkwandelingen en werksessies in de kernen voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en de jeugd. De resultaten zijn verwerkt in het Kompas van de Leefomgeving dat in een beeldvormende raadsessie op 10 juli 2018 voor de eerste keer en op 28 augustus voor de tweede keer is besproken. In november/december vond de oordeelsvorming plaats. Op 8 januari 2019 is het Kompas van de Leefomgeving unaniem vastgesteld door de gemeenteraad.

Ondertussen worden de keuzes verder verdiept aan de hand van de gebiedsanalyses en interne werksessies. Op 28 januari 2020 zijn de participatiekaders door de raad vastgesteld (het wat), dat in april een vervolg zou krijgen (het hoe), zodat het participatietraject kon worden gestart. Als gevolg van het Coronavirus is de participatieaanpak voor de Omgevingsvisie (het hoe) op 10 juni door de raad vastgesteld. Tussen 6 juli en 27 juli 2020 konden inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties via een enquête  hun mening geven over de toekomst van de gemeente in 2040. De diverse vormen van participatie worden voorbereid waarbij rekening wordt gehouden met de coronamaatregelen. Met input van de inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, buurgemeenten en overige ketenpartners wordt per gebied of per thema de omgevingsvisie opgesteld.

De gemeenteraadsleden worden stap voor stap meegenomen in het proces. Zij worden betrokken bij het participatietraject. Tijdens raadsavonden worden sessies op zowel inhoud als proces georganiseerd.

Het is de planning om het voorontwerp Omgevingsvisie medio 2021 aan te bieden aan college en raad waarna de inspraakprocedure van start kan gaan.


Project Omgevingsplan

We hebben nu ongeveer 100 verschillende bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en andere ruimtelijke plannen vastgesteld in een periode tussen 1971 en 2017. Al deze plannen, regels en verordeningen gaan we onderbrengen in één integraal omgevingsplan. Dit is één van de doelen van de Omgevingswet.

We gaan eerst aan de slag om de huidige lappendeken aan ruimtelijke plannen terug te brengen tot twee bestemmingsplannen en actualiseren ze meteen met het huidige rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid en met verleende vergunningen tot nu toe. Waar mogelijk maken we de juridische regelingen in de bestemmingsplannen overzichtelijker, simpeler en meer uniform. Tevens bekijken we waar we de vergunninglast kunnen verlagen, bijvoorbeeld door meer te werken met algemene regels in plaats van vergunningplichten. We maken één bestemmingsplan voor de bebouwde kom en één bestemmingsplan voor het buitengebied. Dit pakken we thematisch aan, door iedere maand een andere thema centraal te stellen (in januari was dit bijvoorbeeld ‘wonen’).

Met de opstelling van toepasbare regels wordt het voor initiatiefnemers vanaf de invoering van de Omgevingswet mogelijk om met één klik op de digitale kaart te zien wat de regeling voor hem / haar inhoudt, welke activiteiten vergunningvrij mogen worden uitgevoerd en welke vergunningplichten voor een initiatief gelden. Bij de themagewijze aanpak wordt daarom intensief samengewerkt met het project ‘digitalisering Omgevingswet’ en ‘het project ‘toepasbare regels’.

Met het samenvoegen van de bestemmingsplannen zijn we naar schatting tot en met eind 2020 bezig. Daarna volgt de formele planologische procedure, waarbij de beide bestemmingsplannen als ontwerp ter inzage worden gelegd. De ter inzagelegging is gepland in de eerste helft van 2021, dus (ruimschoots) vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Al het bovenstaande vormt fase 1 van het project omgevingsplan.

Nadat de twee nieuwe bestemmingsplannen zijn vastgesteld staan we, vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking is getreden, klaar om aan de hand van de Omgevingsvisie (die ook in 2021 wordt vastgesteld) en de ambities van het bestuur in het coalitieakkoord, toe te werken naar één integraal Omgevingsplan voor de fysieke leefomgeving. Hiervoor moeten we de twee bestemmingsplannen omzetten naar één omgevingsplan, verordeningen integreren, gedecentraliseerde rijksregels toepassen (‘de bruidsschat’) en keuzes maken binnen de verbrede afwegingsruimte die we vanaf dat moment krijgen (dit alles in co-creatie). Dit vormt fase 2 van het project omgevingsplan. In deze fase wordt co-creatie toegepast. De gemeenteraad ontvangt vóór de start van de werkzaamheden aan het omgevingsplan een voorstel van het college over hoe die co-creatie er uit komt te zien.

Tijdens de fase waarin de twee bestemmingsplannen worden opgesteld wordt de raad actief geïnformeerd over alle mogelijkheden en verplichtingen die de nieuwe wet biedt rondom het integrale omgevingsplan. Hierdoor is de gemeenteraad tijdig op de hoogte van alle mogelijkheden en onmogelijkheden die passen bij het nieuwe instrument omgevingsplan en bij de nieuwe rol van de raad onder de Omgevingswet. Denk hierbij aan:

  • De nieuwe adviesrol van de raad onder de Omgevingswet bij aanvragen voor omgevingsvergunningen.
  • Het aangeven in welke gevallen participatie bij een initiatief verplicht is.
  • De rol van de raad als het gaat om het van toepassing verklaren van de uitgebreide vergunningprocedure bij complexe / ingewikkelde categorieën aanvragen omgevingsvergunningen.
  • Het delegeren van de bevoegdheid tot het wijzigen van delen van het omgevingsplan aan het college.

Een omgevingsplan bevat ook omgevingswaarden. Omgevingswaarden leggen de kwaliteit vast die een gemeente, provincie of het Rijk voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Het gaat dan bijvoorbeeld om waarden voor de luchtkwaliteit of de waterkwaliteit. Aan de hand van de keuzes die gemaakt worden in de omgevingsvisie kan bepaald worden in welke gevallen omgevingswaarden als instrument het meest geschikt zijn om in te zetten om de gewenste doelen/ambities te halen. De raad wordt daar zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de omgevingvisie over geïnformeerd.


Project Toepasbare Regels

De workshops toepasbare regels worden gekoppeld aan het project Omgevingsplan. Daarmee blijft het project Toepasbare Regels niet langer als afzonderlijk project in stand.

Wel worden nog enkele afrondende werkzaamheden uitgevoerd. Om ervoor te zorgen dat beleid in de toekomst wordt uitgebreid met toepasbare regels, wordt de beleidscyclus aangepast en geimplementeerd.  Daarnaast wordt onderzocht welke functies een rol gaan spelen bij het invoeren en onderhouden van toepasbare regels. Voor de rol van regelanalist is inmiddels een functieprofiel opgesteld.


Pilots

Een pilot is een proefomgeving. Het belangrijkste doel van de pilots Omgevingswet is het opdoen van concrete praktijkervaring in het werken met de vele facetten van de Omgevingswet. Er zijn zes gebieden/lopende opgaven gekozen die geschikt lijken voor het doen van pilots: Meeslouwerpolder, Klein Plaspoelpolder (KPP), CBS-locatie, Voorburg Noord/Bovenveen, Overgoo en Appelgaarde 2-4. Bij de Meeslouwerpolder, Klein Plaspoelpolder en de CBS-locatie zijn we al langere tijd in de geest van de Omgevingswet aan het werk. Het Omgevingsplan waarmee bij project Klein Plaspoelpolder geëxperimenteerd wordt is ingetrokken in afwachting van het onderzoek naar de bereikbaarheid en doorstroming in Damcentrum en Leidschendam-Zuid. Het project Appelgaarde is in het eerste kwartaal gestart en begin mei is het project Overgoo van start gegaan. Voorburg Noord/Bovenveen bevindt zich nog in de oriëntatiefase.

Bij het project Appelgaarde 2-4 is als gevolg van een koerswijziging het pilot element beëindigd en wordt opnieuw gekeken waarop geoefend kan worden in het kader van de Omgevingswet.

Voor de gehele stand van zaken van de opgaven Meeslouwerpolder, Klein Plaspoelpolder, CBS-locatie, Gebiedsontwikkeling Overgoo en Herontwikkeling Appelgaarde  wordt verwezen naar de pagina’s van deze opgaven in dit projectenboek. Voorburg Noord / Bovenveen worden op een later moment opgenomen in het projectenboek.


Project Digitalisering

Het project digitalisering verloopt conform planning. In het kader van de ICT-ondersteuning van de (geLEANde) bedrijfsprocessen zijn de VTH (Vergunningen, Toezicht en Handhaving)-applicatie en het zaaksysteem/DMS (Document Management Systeem) ingericht. Zaakgericht werken in de keten wordt ondersteund. Daarnaast zijn de processen voor toezicht houden en handhaven in de VTH-procesapplicatie ingericht. Deze procesapplicatie is gekoppeld met het zaaksysteem/DMS voor archivering en terugkoppeling van statussen aan aanvragers, alsmede aan het OLO (OmgevingsLoket Online) en e-formulieren. In 2020 wordt het Centric Portaal van de Leefomgeving geïmplementeerd, zodat ook DSO-vergunningaanvragen ontvangen kunnen worden. Met de Centric Leefomgeving wordt het ook mogelijk om met ODH, VRH en andere ketenpartners automatisch informatie rond vergunningaanvragen te delen via de DSO-samenwerkvoorziening. De samenwerking in de keten wordt hiermee verbeterd. Met de hoogheemraadschappen Delfland en Rijnland hebben we (projecten IRPL en Digitalisering) in 2020 succesvol de praktijkproef op de landelijke implementatiedag gedemonstreerd.

Onze gemeentelijke beheer-applicaties zijn gekoppeld op de landelijke voorziening BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie). Dit betekent dat alle wijzigingen in de basisregistraties BOR (Beheer Openbare Ruimte), BGT en de BAG (Basisregistratie Adressen, Gebouwen en percelen) niet meer handmatig aangeleverd hoeven te worden maar direct geautomatiseerd worden in de landelijke systemen. Hiermee hebben we de BGT op orde.

Rondom het inzichtelijk maken van “ruimtelijke” gegevensbronnen implementeerden we een eigen kaartviewer. We hebben nu de Basiskaart voor Grootschalige Topografie (BGT), bestemmingsplannen en heel veel andere ruimtelijke gegevens beschikbaar voor medewerkers bij de afdelingen Maatschappelijke en Ruimtelijke Ontwikkelingen (MRO), Klant Contact Centrum (KCC), Stadsbeheer (SB) en Handhaving (HH). ). Momenteel maken we de koppeling tussen het VTH-systeem en de kaartviewer om vergunningaanvragen op de kaart te tonen.

Voor digitale ondersteuning bij het maken van een omgevingsplan en het opstellen van toepasbare regels is software nodig. In 2020 maken we hiervoor de keuze. Dit gebeurt in afstemming met de projecten omgevingsplan en toepasbare regels. Ons eerste omgevingsplan en de toepasbare regels leveren we in 2020 via de vernieuwde standaarden aan bij het DSO. In 2019 zijn onze eerste toepasbare regels rond evenementenbeleid succesvol aan het DSO aangeboden. Omdat we als eerste in Nederland in technische zin zijn aangesloten op het DSO, heeft Leidschendam-Voorburg tijdens de technische briefing van de Eerste Kamer op 26 november 2019 de case rond evenementenbeleid gepresenteerd en gedemonstreerd.

Het uitstel van de invoering van de omgevingswet wordt gebruikt om te oefenen met het maken van een omgevingsplan, met samenwerken in de keten en integraal werken met de beschikbare softwarecomponenten.


Project Integraal Ruimtelijk Proces Leefomgeving

In dit project hebben we ons gericht  op de vereenvoudiging en verbetering van processen met de focus op de dienstverlening. De verbeterde processen zijn zorgvuldig voorbereid volgens de leanmethodiek en getest in pilots. We hebben gebruik gemaakt van echte initiatieven/aanvragen om het verbeterde proces op toe te passen, te evalueren met de initiatiefnemers en verder te vervolmaken met de feedback van de initiatiefnemers.

Op het voorstel voor de implementatie van het initiatieven-, advies-, vergunningen- en handhavingsproces is positief besloten door belanghebbenden binnen de organisatie en het MT. In juli 2018 zijn we gestart met het werken en borgen van de verbeterde processen. De uitvoering van de verbeterde processen wordt optimaal ondersteund door de systemen. De koppeling tussen de workapplicatie en het registratie- en archiefsysteem is gelukt en de verbeterde processen zijn in de workapplicatie gebouwd. De interne ketenpartners van 4 afdelingen werken in de workapplicatie en dat is uniek. Hierdoor is het voor de Integraal Casemanager en frontofficemedewerker eenvoudig om te achterhalen wat de status van een dossier is.

Naast de genoemde verbeterde processen hebben we aan een ruimtelijke procesatlas samengesteld zodat we een keuze kunnen maken in verder te verbeteren procesonderdelen. Als volgende proces wordt nu het afsluiten van overeenkomsten met initiatiefnemers (o.a. projectontwikkelaars) beschouwd. 

Verder werken we in de keten aan het verbeteren van processen. We maken afspraken om niet alleen intern, maar ook in de keten binnen 8 weken een vergunning af te kunnen geven. We zijn daarvoor een pilot gestart met de Hoogheemraadschappen Delfland en Rijnland. In de regio Haaglanden zijn we gestart om ook de bedrijfsprocessen (met bijbehorende afspraken) in de keten op elkaar afstemmen. Dit doen we met alle betrokken ketenpartners.

Naast optimalisering van processen  werken we aan manieren om de regelgeving te verlichten (deregulering) en aan het begrijpelijker maken van teksten in vergunningsbeschikkingen.


Financiën
Omschrijving Beschikbaar Uitgaven Verplichtingen Saldo
Implementatie Omgevingswet € 1.035.000 € 314.567 € 307.954 € 412.479
Totaal€ 1.035.000€ 314.567€ 307.954€ 412.479

Door het uitstel van de invoering van de Omgevingswet als gevolg van de coronacrisis is ook de planning (fasering) gewijzigd. De middelen/werkzaamheden die niet uitgegeven/uitgevoerd worden in 2020 zullen worden overgeheveld naar 2021 aan het eind van het jaar.


Regionale samenwerking

In de regio Haaglanden werken provincie, gemeentes, waterschappen, veiligheidsregio, omgevingsdienst Haaglanden samen aan thema's als Waterhuishouding (met Dunea), Gezondheid (met de GGD), Energietransitie en Veiligheid. Daarnaast werken we samen op het gebied van participatie, digitalisering, financiën en communicatie. Bij het optimaliseren (door middel van "lean") van het vergunningenproces werken we samen met de omgevingsdienst Haaglanden en de veiligheidsregio en geven we elkaar een 'kijkje in de keuken'. Om uiteindelijk gezamenlijk dat ene loket gestalte te kunnen geven.


Communicatie

De nieuwe Omgevingswet betekent veel meer dan het gewoon invoeren van een nieuwe wet. De Omgevingswet is een veranderopgave, zowel intern als extern.

Intern betekent het een grote verandering in cultuur, werkhouding, (samen)werken en processen. Extern zoeken we betrokkenheid en moet het bewustzijn ontstaan dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar leefomgeving en de gezamenlijke inrichting ervan. Effectieve en efficiënte communicatie is van groot belang voor een succesvolle invoering van de Omgevingswet.

Op basis van de bestuurlijke keuzes, het programmaplan en de projectplannen is er een overkoepelende communicatiestrategie en mijlpalenplanning opgesteld. De communicatie richt zich op de interne organisatie en op externe communicatie voor de participatietrajecten in het kader van het opstellen van de omgevingsvisie en het Omgevingsplan.

Communicatie zetten we campagnematig in om onze interne en externe doelgroepen te informeren en bewust te maken van het vraagstuk dat er ligt en te enthousiasmeren om mee te doen en mee te denken. Ook richt communicatie zich op leren en ontwikkelen van medewerkers en het verankeren van anders werken. Hierbij betrekken we zoveel mogelijk eigen medewerkers en raads- en collegeleden om participatie te gebruiken als vehikel voor de interne bewustwording voor de komende verandering. We willen de bewustwording op gang brengen over wat de invoering van de Omgevingswet gaat betekenen voor de manier van (samen)werken –intern en extern- en welke impact te verwachten is op het gebied van processen en producten.

Voor dat meedoen en meedenken en het ophalen van inbreng organiseren we diverse vormen van participatie. Denk hierbij aan straatinterviews, online enquêtes (burgerbevragingsapp), discussieplatform, gesprekken bij verenigingen, scholen, etc.


Planning

Zie stand van zaken.


Risicomanagement

Met nog ruim 1 jaar te gaan voordat de Omgevingswet wordt ingevoerd, is de noodzaak aanwezig om te peilen waar we staan. Het wordt steeds concreter en het krijgt steeds duidelijker vorm. Wel willen we zeker weten dat we de juiste dingen doen en dat we ze goed doen. En hebben we alle risico's in kaart gebracht? En ook willen we zeker weten dat we voor het komende jaar de juiste prioriteiten hebben gesteld. We vermoeden van wel, maar we laten dit medio 2020 door een onafhankelijke partij toetsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Click here to see your activities