Initiatief overzicht

MIRT Plan- en Studiefase CID Binckhorst – De Vlietlijn

Project locatie

Initiatief status

Risico profiel

Middel

Bestuur & ext. partijen

Volgens verwachting

Planning

Volgens verwachting

Initiatief structuur

Portefeuillehouder
Wethouder Belt
Programma
Verkeer en vervoer
Initiatiefnemer
IenW, VRO, PZH, MRDH en de gemeenten Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg

Initiatiefkarakteristiek

Planfase
Planning- en studiefase
Ruimtelijke procedure
N.v.t.
Einddatum
N.v.t.
Risicoprofiel
Midden, afhankelijk van fase.

Besluitvorming

Laatste raads-/commissiebehandeling
N.v.t.
Volgende raads-/commissiebehandeling
N.t.b.
Intentieovereenkomst
N.v.t.
Anterieure overeenkomst
N.v.t.

Belangrijkste wijzigingen

Volledig geactualiseerd

Gemeentelijke rol

De gemeente Leidschendam-Voorburg is samen met de gemeenten Rijswijk en Den Haag, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), de Provincie Zuid-Holland, de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Binnenlandse Zaken (BZK) opdrachtgever voor het project Masterplan Bereikbaarheid CID Binckhorst (de Vlietlijn). De Vlietlijn heeft een samenhang met de Doorontwikkeling van de Binckhorst, een van de belangrijkste woning ontwikkellocaties in onze regio

Op 18 april 2023 hebben de colleges van B&W van de gemeenten van Rijswijk, Leidschendam-Voorburg en Den Haag ingestemd met het Masterplan Bereikbaarheid CID Binckhorst en de Nota van Antwoord op de ingediende zienswijzen. Zij hebben besloten een Bestuursovereenkomst (BOK) met Rijk en regio aan te gaan. Deze overeenkomst is door alle partijen ondertekend. In mei en juni 2023 hebben de raden van de drie gemeenten het Masterplan en de Nota van Antwoord vastgesteld. Hierin is het  basispakket mobiliteit opgenomen, waarvan een deel van de maatregelen zijn ondergebracht in het project De Vlietlijn de overige maatregelen zijn ondergebracht bij de projectorganisatie no-regret.

Basispakket mobiliteit maatregelen ondergebracht in project de Vlietlijn:
•   HOV verbinding tussen Den Haag Centraal en Voorburg met een aftakking naar Rijswijk/Delft
•   Herinrichting en fietsroute Pr. Mariannelaan (West) en Binckhorstlaan-Voorburg
•   Inrichting Lekstraat
•   Herinrichting Prinses Mariannelaan
•   Doorstroom belemmerende maatregel autoverkeer bij Geestbrug
•   Herinrichting Geestbrugweg

Basispakket mobiliteitsmaatregelen ondergebracht bij de projectorganisatie No-regret
•   Trekfietstracé Den Haag- Voorburg/Rijswijk- Ypenburg/Leidschendam deel Bickhorst
•   Fietsroute Zonweg
•   Verlengde Velostrada kruising HOV en Binckhorstlaan
•   Fietsmaatregel: Schenktunnel langzaam verkeersverbinding
•   Wijk hubs met verschillende vormen van deelvervoer
•   Algehele bevordering deel- en MaaS concepten
•   Uitbreiding van de bestaande (tijdelijke) fietsenstalling westzijde Den Haag centraal
•   Uitbreiden fietsenstallingen station Voorburg
•   Verbindina Binckhorst - Voorburg (t.h.v. Melkwegstraat/Heeswijkstraat) voor langzaam verkeer
•   Caballerobrug voor langzaamverkeer

Daarmee is de verkenningsfase afgerond en start de planning en studie fase (voorheen planuitwerkingsfase). In november 2023 is de Bestuursovereenkomst door alle partijen ondertekend.

Belangrijk voor Leidschendam-Voorburg is dat met de maatregelen die genomen moeten worden voor de bereikbaarheid van de Binckhorst ook de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de verkeersveiligheid in Voorburg-West verbeteren. Zonder maatregelen verslechteren deze waarden door autonome ontwikkelingen in de hele regio, waaronder de Binckhorst. Voor maatregelen in Voorburg-West zijn in het projectbudget ettelijke miljoenen (ruim 10) beschikbaar. In de planning en studie fase wordt toegewerkt naar een projectbesluit.

Het Masterplan CID Binckhorst is vastgesteld door de gemeenteraden. Hierin is de samenhang en afhankelijkheid tussen de Doorontwikkeling van de Binckhorst en mobiliteitsmaatregelen zoals De Vlietlijn aangegeven. De Planning en Studiefase is daarmee begonnen. Leidschendam-Voorburg maakt op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau onderdeel uit van de projectorganisatie. In deze fase wordt toegewerkt naar een projectbesluit wat nu voorzien is in najaar2027. Na dit besluit kan de uitvoering starten.

Doelstelling en gewenst resultaat

De grootschalige woonontwikkeling in de Binckhorst is nodig om te voorzien in de regionale woningbouwopgave. Om deze woningontwikkelingen mogelijk te maken is het cruciaal ook plannen te maken voor de bereikbaarheid. Anders loopt het verkeer in dit deel van de Haagse regio geheel vast. Iets wat door autonome groei in onze gemeente en de regio, naast de Binckhorst ontwikkeling, ook al dreigt.

Bij het vaststellen van de plannen hebben de opdrachtgevers (waaronder gemeente Leidschendam-Voorburg) gezamenlijk geconcludeerd dat een belangrijk onderdeel van de plannen de mobiliteitstransitie moet zijn. Dit betekent dat we werken volgens het STOMP (stappen, trappen, Openbaarvervoer (OV), Mobility as a Service (MAAS), personenvervoer) dit houdt in goede voorzieningen voor voetgangers en fietsers, goed openbaar vervoer, veel voorzieningen binnen het gebied, het stimuleren van het gebruik van andere vervoersmiddelen dan de auto en een lage parkeernorm. Daar wordt via vele projecten aan gewerkt. Een aantal van die mobiliteit- en bereikbaarheid projecten raakt en zal ook uitvoering moeten vinden in Voorburg. Dat houdt in:
-   nieuwe OV-verbinding De Vlietlijn
-   verminderen doorgaand verkeer Voorburg
-   verbeteren fiets- en voetgangers routes
-   verbetering verkeersveiligheid
-   parkeermaatregelen
Deze maatregelen hangen allemaal met elkaar samen.

De Vlietlijn
Een belangrijk onderdeel van het project de Vlietlijn is de nieuwe OV-verbinding, een prominent en voorwaardelijk onderdeel van de plannen. De Vlietlijn loopt vanuit de Binckhorst in drie richtingen, naar Rijswijk en Delft, naar Station Voorburg en richting Den Haag centraal. Deze tracékeuze is in 2023gemaakt. Zo vormt de Vlietlijn een belangrijk puzzelstuk in het netwerk voor de OV bereikbaarheid van de Binckhorst. Onderdeel van de uitwerking is de exacte loop en inpassing van het tracé en de haltes. Tevens wordt er ingezet op het verbeteren van de openbare ruimte. Het gaat over de inpassing van De Vlietlijn op het deel Binckhorstlaan-Prinses Mariannelaan en het deel vanaf de Maanweg en naar het Stationsplein.  

Verminderen doorgaand verkeer en verbeteren verkeersveiligheid
Een net zo belangrijk onderdeel van de plannen is het verminderen van het doorgaande verkeer door Voorburg-West. Daarbij wordt gekeken naar maatregelen richting Rijswijk/ Geestbrugweg en het integraal verbeteren van de Prinses Mariannelaan op een manier die meerwaarde heeft voor Leidschendam-Voorburg. Om de leefbaarheid in het gebied te kunnen verbeteren en garanderen is het noodzakelijk dat de autoverkeer intensiteiten omlaag gaan. Dat geldt voor binnen het gebied. Maar daarvoor zijn ook maatregelen wellicht nodig buiten het gebied. Op dit moment wordt er daarom ook gewerkt aan een regionaal bereikbaarheidsonderzoek  om de totale verkeerscirculatie van het gebied rond de Binckhorst in beeld te brengen. Onderdeel daarvan kan zijn om beperkingen op te leggen op bepaalde momenten voor bepaalde verkeerstromen. Dat moet vormgegeven worden op ene manier zodat het sociale, recreatieve en economische verkeer tussen inwoners en ondernemers van Voorburg en Rijswijk mogelijk blijft.

Integrale verbetering openbare ruimte Prinses Mariannelaan en Stationsplein
De Prinses Mariannelaan kent sowieso al uitdagingen en wensen op het gebied van verkeersveiligheid (met name voor fietsers), renovatie en vergroening. Dit wordt met een integrale herinrichting opgepakt. Die integrale herinrichting en verbetering geldt ook voor het Stationsplein waar behoeftes liggen voor meer vergroening en recreatiemogelijkheden.

Participatie
Voor de kwaliteit en draagvlak van de plannen is het belangrijk dat deze plannen met de omgeving bekeken worden. Participatie is vanaf de start van de plannen een belangrijk onderdeel van het project en wordt op verschillende manieren vormgegeven (informatieavonden, een werkgroep en een raadpleging). Dit om een goed beeld te krijgen van wat er leeft in Voorburg-West voor het ontwikkelen van de wijk.
De uitwerking is complex vanwege inpassing in bestaande openbare ruimte en leefomgeving. Er zijn veel betrokkenen met veel belangen. Inwoners waarderen hun huidige omgeving en leefklimaat, en zien forse veranderingen aankomen die dat kunnen veranderen. Zoals meer parkeerdruk, meer autoverkeer, afsluiting van routes en de impact van het tracé op bestaand geliefd groen. Tegelijkertijd worden juist ook kansen voor verbetering gezien van aspecten die ook nu niet ideaal zijn. Inwoners zien kansen voor verbetering van de verkeersveiligheid op de Prinses Mariannelaan, kansen voor versterking van de groenstructuur en het Stationsplein. Ook de noodzaak voor woningbouw en goede bereikbaarheid  voor deze nieuwe woningen wordt erkend.
Wat het project heeft teruggekregen uit de participatie (zowel van de werkgroep als uit de online raadpleging) is dat groen heel belangrijk wordt gevonden, daarnaast dat de fietsers en voetgangers centraal moeten staan, verkeersveiligheid verbetert met lagere snelheden en lagere autoverkeersintensiteiten en ook dat er rekening wordt gehouden met het parkeren.

Stand van zaken

De Verkenning is in december 2018 gestart en is eind 2023 afgerond. De Planning en Studiefase (voorheen Planuitwerking) loopt.

De volgende actuele ontwikkelingen spelen:

  • De opdrachtgevende partijen werken aan de Maatregelen uit het no-regret pakket, waaronder de Velostrada.
  • Het ingenieursbureau heeft een schetsontwerp opgeleverd waarbij er op een aantal onderdelen nog een keuze gemaakt moet worden.
  • Eind 2025 is door de colleges van Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk een Intergemeentelijk gebiedsprogramma (IGP) vrijgegeven voor zienswijzen. Dit IGP moet door de colleges vastgesteld worden voor de definitieve ontwikkeling van meer woningen op de Binckhorst, maar ook voorwaardelijke onderdelen zoals de warmtevoorziening en de mobiliteitsmaatregelen zoals de Vlietlijn. Leidschendam-Voorburg stelt de onderdelen van het IGP vast die betrekking hebben op haar grondgebied.
  • Het college van Leidschendam-Voorburg heeft aangegeven het IGP pas vast te stellen nadat er in de raad een beslissing genomen is over het maatregelpakket voor de verkeersafwikkeling en over de inpassing van het tracé naar en de locatie van de eindhalte bij Voorburg. Het college heeft hiervoor in het najaar raadsvoorstel 4446 voorgelegd. Bij dit raadsvoorstel zat het advies van de werkgroepen, de uitkomsten van de online raadpleging en een impressie van de halte op het Stationsplein. De raad heeft aangegeven hierover pas te besluiten als zij aanvullende informatie heeft, namelijk de verdere uitwerking van onze voorwaarden. Deze voorwaarden zijn onderzoeken naar de kruispunten en de uitwerking van maatregelen om doorgaand verkeer zoveel als mogelijk  te weren door Voorburg. Momenteel werkt het college deze aanvullende informatie uit. Deze informatie zal naar verwachting na de zomer beschikbaar komen.
  • Voor Leidschendam-Voorbug is het van belang dat de Prinses Mariannelaan in Voorburg, leefbaarder en verkeersveiliger wordt. Om dit te bereiken is het noodzakelijk dat de verkeersintensiteit wordt verlaagd en dat niet bestemmingsverkeer, zijnde doorgaand verkeer vanaf de Binckhorst wordt geweerd. Een doorstroombeperkende maatregel van dit Binckhorstverkeer zou hiervoor een effectieve oplossing zijn. Het project onderzoekt op dit moment op welke manier deze maatregel effectief kan worden ingevuld zonder de sociale, economische en recreatieve relaties tussen LV en Rijswijk te belemmeren.
  • Het project heeft TwynstraGudde gevraagd om het omgevingsmanagement en de participatie onafhankelijk te evalueren om de volgende fase (VO) goed in te richten. De werkgroepen zijn ook gevraagd hier inbreng op te leveren. Ook de evaluatie van de werkgroep LV zoals die bij het Raadsbesluit 4446 zat zal worden meegenomen.
  • In de komende periode wordt het schetsontwerp afgerond, hierbij wordt gebiedsgericht geparticipeerd rond de Binckhorstlaan, Opa’s Veldje en de Prinses Mariannelaan daarna wordt gestart met het voorlopig ontwerp (VO). Hier wordt aan gewerkt tot in 2027.
  • De Binckhorst is aangewezen als een van de doorbraaklocatie in het kader van de nationale woningbouwopgave. Binnen dat kader werken partijen aan een intentieverklaring met als doel dat de 8.000 woningen in de Binckhorst (bovenop de 5.000 die nu in het Omgevingsplan mogelijk zijn) kunnen worden gerealiseerd. De verklaring is de basis om nadere afspraken te maken over bereikbaarheid van de regio, financiering van de mobiliteitsopgave en leefbaarheid.

Planning

Mijlpalen

Gepland

Status

Besluitvorming

Raadsbesluit

Toelichting

BO MIRT 2019

20 november 2019

N.v.t.

N.v.t.

Vaststellen Notitie kansrijke alternatieven en tekenen Bestuursovereenkomst no-regret pakket.

Toelichting naar gemeenteraad Leidschendam-Voorburg

3 december 2019

N.v.t.

N.v.t.

Inhoudelijke toelichting/informatiemarkt.

Vaststelling Notitie Reikwijdte en Detailniveau door colleges

14 juli 2020

ja

nee

Raadsbrief (1775) met infographic van het MIRT proces

Vaststelling Nota van Antwoord op zienswijzen NRD

Maart 2021

ja, college

nee

De Nota van antwoord gaat in op de zienswijzen en legt de onderzoeksagenda voor het MER definitief vast

Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid CID Binckhorst

Juli 2022

colleges

nee

Vrijgave voor zienswijzeprocedure

Masterplan Bereikbaarheid Binckhorst met Voorkeursalternatief

eind november 2022

BO-MIRT

nee

Principebesluit en beschikbaarheid middelen vanuit het rijk. De gemeenteraad zal tussentijds worden geconsulteerd en geïnformeerd.

Masterplan Bereikbaarheid Binckhorst met Voorkeursalternatief

eind mei 2023

gemeenteraden

ja

Inclusief een besluit ten aanzien van financiële bijdrage, inclusief Nota van Antwoord op zienswijzen en besluit over eventuele financiële bijdrage

Ondertekening aangepaste versie van de Bestuursovereenkomst

November 2023

colleges

nee

Geen inhoudelijke aanpassingen.

Planning- en Studiefase (planuitwerking) Schetsontwerp en ingergemeentelijk gebiedsprogramma

tot einde 2025/ begin 2026

colleges (gemeenteraden)

ja

Planning- en Studiefase ((planuitwerking) De Vlietlijn (VO)

tot en met najaar 2027

colleges (gemeenteraden)

ja

Projectbeslissing. Of de tramverbinding daadwerkelijk zal worden aangelegd. Besluit in het BO MIRT, meestal ondervoorbehoud van instemming van de gemeenteraad

Participatie: Informatiebijeenkomsten en werkgroepen

Tijdens de planning- en studiefase

nvt

nvt

Intergermeentelijk Gebiedsprogramma (IGP) inclusief Nota van Antwoord

Q3 2026

colleges

nee

Communicatie

Communicatie momenten

Omgeving

Raad

Toelichting

Inbreng evaluatie SO-fase tbv inrichten VO fase

Werkgroepen (met deelnemers die zich hiervoor hebben aangemeld)

N.v.t.

Op 19 maart is er een inloopbijeenkomst georganiseerd waar de werkgroepen aan TwynstraGudde hun evaluatiepunten voor de participatie kunnen meegeven.

Informatieavonden

Brede uitnodiging aan de hele omgeving van het project

N.v.t.

Zodra er relevante uitkomsten van de  onderzoeken/uitwerkingen zijn zal de omgeving hier over geïnformeerd worden.

 Werkgroepen per deelgebied

Met direct omwonenden (die zich kunnen aanmelden), de fietsersbond, de voetgangersvereniging, de scholen, reizigersorganisatie ROVER, de hulpdiensten, ProRail, Tennet, het waterschap en het platform gehandicapten.

N.v.t.

De Werkgroep LV heeft voor het Raadsbesluit 4446 haar bevindingen meegegeven. Voor de overige delen is de Werkgroep begin 2026 om advies gevraagd. Voor het afronden van het Schetsontwerp zal er nog gebiedsgerichter geparticipeerd worden.

Technische Sessie met de gemeenteraad

Ja

Er zal vanuit het project een presentatie over De VLietlijn gegeven worden om de nieuwe raad bij te praten

Risicomanagement

Het MIRT kent een formele procedure en het uitvoeren van de planuitwerking is een complex proces. Deze planuitwerking vereist nauwe afstemming tussen buurgemeenten, regio, provincie en Rijk. Alle partijen onderschrijven de verstedelijkingsopgave en alle partijen ambiëren een goede bereikbaarheid, mits de overlast van weg- en railverkeer op lokaal niveau binnen de perken blijft. Vanwege de grootschaligheid van MIRT-projecten zijn de gevolgen en effecten vaak omvangrijker dan die van lokale (gemeentelijke) maatregelen. Het balanceren tussen (regionale) bereikbaarheid en (lokale) leefbaarheid luistert nauw. Partijen werken daarom aan maatregelen, die eventuele negatieve gevolgen voorkomen of effecten beperken.

Deze pagina is gebouwd op 07/10/2026 14:32:17 met de export van 07/10/2026 14:20:12